8-DAAGSE WANDELREIS LANGS HOTELS.
8-DAAGSE WANDELREIS LANGS HOTELS.
Cognac, Franse wijn, Franse kazen en de Franse keuken überhaupt, ze zijn geweldig. Op gebied van eten en drinken is het werkelijk een paradijs. Toch zal ik nooit een Francofiel worden. De Fransen hebben twee geweldige woorden die hen het best (naar mijn mening) typeren, chauvinisme en nonchalance. Persoonlijk vind ik Frankrijk duur en is de service niet naar van hand van de prijs. Meest chauvinistische is nog wel dat men het vertikt een andere taal dan Frans te spreken, terwijl de omliggende landen (Duitsland en Spanje) daar wel moeite voor doen.

Frankrijk is voor veel Nederlanders natuurlijk het vakantieland bij uitstek. Een poging van ons dat enthousiasme te delen werd met een slechte ervaring in Zuid-Frankrijk (1984, opengebroken auto in Orange) getorpedeerd. Daarna hebben we alleen Parijs meerdere malen bezocht. Dit voorjaar een weekje Normandië en nu een week de Dordogne. Ik verwachte een wijnstreek, Veerle een bergachtig gebied. Het werd een heuvellandschap en dat van de Dordogne is erg mooi. Het staat vol met pittoreske middeleeuws aandoende dorpen, mooie kasteeltjes en overal groen. In het voorseizoen is het er lekker rustig, je kunt er heerlijk wandelen. Het laagste punt, de Dordogne, ligt op ongeveer 100 meter hoogte en het hoogste punt op iets meer dan 400 meter. Hierdoor vallen de beklimmingen en afdalingen met wandelen te overzien. De Dordogne staat bekend om zijn goede keuken en dat is tijdens ons weekje wandelen wel bevestigd, ondanks 100 km lopen geen gram afgevallen!

7+1-DAAGSE PROGRAMMA
Dag 1, Met eigen vervoer naar Souillac
Dag 2, Pinsac naar Creysse
Dag 3, Creysse naar Gluges
Dag 4, Gluges naar Carennac
Dag 5, Carennac naar Loubressac
Dag 6, Loubressac naar St. Céré
Dag 7, St. Céré via Souillac naar Rocamadour
Dag 8, Rocamadour - Apeldoorn

KAARTJE ROUTE

SNP NORMANDIË: VAN DAG TOT DAG
1e dag, Apeldoorn - Sarlat - Souillac
Om vijf uur staan we op. Het is droog buiten, om kwart voor zes rijden we weg. Ongelofelijk dat er nu al mensen op straat lopen die zonodig de hond moeten uitlaten, het is zaterdag! Het is rustig op de weg, geen files tot aan Lille (Rijsel). Dan gaat het even mis, van drie rijbanen naar één, dat kost tijd. In België hebben we de tank nog even volgegooid, voorlopig kunnen we voort. Vanaf België tot aan Parijs hebben we fikse onweersbuien. Na Parijs komt het zonnetje er door en wordt het droog. We lunchen even voorbij Parijs, het is 12 uur, we hebben er 660 kilometer opzitten.

Dan gaat het hard met de temperatuur, die rap oploopt tot 37 buiten. In de auto houdt de airco het hoofd koel op 23 graden, maar wel in de maximale stand. We besluiten eerst nog naar Sarlat te gaan i.p.v. direct naar Souillac. Het is maar veertig kilometer om en we zijn toch vroeg. Het is een leuk stadje met veel middeleeuws aandoende gebouwen, keurig onderhouden en gerestaureerd. Het is marktdag, waardoor sommige straten vol staan met kraampjes. Opvallend veel Afrikanen staan hier hun producten te verkopen. Er zijn erg veel souvenirwinkels met truffels en ganzenleverpaté. Het zijn DE specialiteiten van de streek. We kopen een droge worst met truffels, we mochten proeven en deze smaakte bijzonder goed. We maken een stadswandeling die we vinden bij de VVV. Mooi stadje dat men de parel van de Dordogne noemt.

Om half zes gaan we naar Souillac, waar we een half uur later zijn. Het hotel is snel gevonden. Het ligt aan een pleintje aan de doorgaande weg. We krijgen een kamer aan de kant van de kerk en morgen is het zondag (kerkklokken?). Onze auto staat tussen het hotel en de kerk. Het Grand Hotel heeft aardig goede kamers, maar drie sterren vinden we qua ambiance niet terug. Souillac is vergeleken met Sarlat een saai dorp, gebouwd om haar historische kiem, de abdijkerk St. Marie. Een toeterende bruiloftsstoet is wel het hoogtepunt vandaag hier in het dorp.

We drinken wat op het pleintje voor het hotel. Met 1.114 kilometer op de teller is het wel genoeg voor vandaag. Snel even douchen voor het eten! Na het douchen aan tafel, gelukkig buiten in de openlucht. Een viergangen dineetje heeft men voor ons in petto. Groentesoep gemarineerde gerookte zalm, gepeperde eendenborst en ananas pudding met verse aardbeiensaus na. Lekker met een koud wit tafelwijntje. Om negen uur is het nog 28°C, toch maar op tijd naar bed, want morgen wacht de zwaarste wandeling op ons.

2e dag, Pinsac naar Creysse
Vannacht was het erg warm. Vanochtend om zeven uur was het zelfs nog 28°C binnen, met het raam wijd open! Buiten is het 22°, het is bewolkt en broeierig. Een toestand zoals wij in Nederland die kennen vlak voor een onweersbui. Regenkleding maar meenemen tijdens de wandeling. Tegen acht uur gaan we ontbijten, een buffet met Franse soberheid.

De Dordogne heeft hier een hoge (260 meter) en een lage oever, die wordt bebouwd met akkerbouw. Geen wijnstruiken, maar maïs. De hoge oever is het wandelgebied de komende dagen. Vandaag wacht ons de meest pittige tocht van bijna twintig kilometer. We krijgen een uitgebreid lunchpakket mee. Koude kip, koud vlees, couscoussalade, fruit en water. Een taxi brengt ons naar het startpunt zes kilometer verderop. De taxi van negen uur komt om half tien (Franse precisie). Er zijn nog twee oudere dames (zussen) die de route gaan lopen, zij hebben ook een SNP arrangement. Zij vinden twintig kilometer een beetje te veel van het goede als start. Ze slaan daarom de lastigste eerste acht kilometer over. Ze missen daardoor de mooie uitzichtpunten, hoewel het erg bewolkt is en het uitzicht hier normaal veel mooier kan zijn.

Het gaat vandaag op en neer via vaak steile paadjes, 105m, 235m, 135m, 265m. Zo klimmen we 600 meter en dalen er 575. Het blijft droog, de temperatuur loopt op naar 24°. De zon komt pas tegen drie uur er door, dan is het zo 26°. Gelukkig geen 36-37° zoals gisteren en de gehele laatste week hier in de omgeving. Ondanks dat het droog blijft, drijven wij van het zweet, alles is drijf en drijfnat. Het gaat hard met ons drinken. Op camping "Le Pit" tanken we even flink bij. IJskoud bier en kokend hete thee, ieder zijn voorkeur nietwaar ? Na één liter bier en een kan thee gaan we verder. De nieuwe route omschrijving van SNP is duidelijk, toch lopen we verkeerd. Dit kost ons één extra kilometer. We pauzeren niet lang, maar wel vaak. Het lunchpakket smaakt goed, alleen de couscous gaat direct retour naar de natuur.

Onderweg komen we bijna niemand tegen. Dorpjes zijn op zondag redelijk uitgestorven. De laatste twee kilometers gaan over asfalt, een smalle landweg zonder auto's. Toch is dat geen optimale afsluiting van de wandeling. Creysse lijkt een spookdorp, maar het centrum ziet er knus uit. Ook de herberg ziet er leuk uit. Om kwart voor zes arriveren we bij Auberge L'ile. We kijken uit op het terras. Lekker douchen, want alles plakt en prikt. De 20.4 kilometers zijn te voelen. Maar liefst 24.782 stappen, arme voeten! Warme douche, koude douche, het maakt niet uit, zweten blijf je!

De zon staat verkeerd voor foto's leuke van het dorp, dus we strijken neer op het terras, voor nog meer vocht. Even de dagboekjes bijwerken. Om half acht eten, weer vier gangen. Eendenpaté, gegrilde zuring, kaas en notentaart. Op het terras nog koffie en dan naar bed.< P>

3de dag, Creysse naar Gluges
Vanochtend om 8 uur was het mistig. Vannacht was het redelijk koel, 22° graden. Eerst maar even rustig ontbijten. Tegen tien uur lopen we het dorpje in voor wat foto's. Als de kerkklokken tien keer slaan gaan we op pad. Vandaag maar twaalf kilometer te gaan.

De temperatuur stijgt snel naar 30° en het percentage zonnige gravel / asfalt wegen is behoorlijk hoog vandaag. De temperatuur loopt op naar 35°. De weg is meestal breed en goed beloopbaar, maar bergop is het zweten geblazen. We komen de zussen regelmatig tegen. Het hoogste punt vandaag is 260 meter bij 34°, het laagste 115 meter. Uiteraard gaan we steeds op en neer. Het uitzichtpunt ligt op 260 meter en biedt een prima gelegenheid voor de lunch. We kijken uit over de vlakke oever van de Dordogne. De lunchpakketten zijn kleiner, maar nog steeds meer dan genoeg.

Nog een uurtje steil naar beneden wandelen en we staan voor ons hotel in Gluges. Een knusse, koele kamer en een zwembad! Bij het zwembad is het 32°, lekker weer voor een koud biertje. De voeten kunnen hier bijkomen van 13.464 stappen, 11.9 kilometer. Gluges is een dorp (onderdeel van Martel) dat tegen de 260 meter hoge rots is aangebouwd. Een grote kerk en een groot kerkhof zijn niet te combineren met de twintig huizen die er staan.

Ons hotel heeft het enige zwembad en ook de enige bar. Een winkel is er niet te vinden, zelfs geen grutter voor een vergeten boodschap. Ook de drie sterren camping heeft geen winkeltje. De Camping en de aangrenzende kanoverhuur liggen er bijna uitgestorven bij. Met de zussen zijn wij de enige gasten, hoewel de bar en het terras nog wat lokale bezoekers trek. We lopen nog even rond en staan versteld hoe saai een dorp kan zijn. Misschien de stilte voor de 'toeristen' storm, laten we het hopen voor ze. Het eten is prima, de kok mag blijven. Mosselen salade, zeeduivel, gebakken geitenkaas en een toetje. Veerle heeft crème brulee en ik een peer in wijn. Prima maaltijd. Tegen tienen, na een kopje koffie, gaan we naar bed.

4e dag, Gluges naar Carennac
Vandaag wat vroeger op, want we willen profiteren van de koele uren van de ochtend. Met achttien kilometer op de planning kan dat een hoop schelen. Het heeft flink geregend vannacht, is dit één van de 150 regendagen per jaar ? Om acht uur zijn we klaar voor het ontbijt, buiten is het bewolkt. De vrouw des huizes staat in de keuken.

Een borrelglaasje jus, het oude brood van het afgelopen weekend, gitzwarte thee en de sinaasappeljam die niemand lust en dus voor ons is blijven liggen. Gelukkig stond zij gisterenavond niet in de keuken! We vrezen voor het lunchpakket. De rekening met consumpties is hoog en dat komt niet door het aantal. Men profiteert hier van het feit dat er nergens anders iets te koop is. Ze vertelt verder nog even dat er vandaag geen zon komt, waarom zijn we nu vroeg opgestaan?

Om kwart voor negen gaan we met een bekocht gevoel op pad. De temperatuur is rond de 20° en is heel prettig om te lopen. De paden zijn mooi breed en lopen vlot weg. Onderweg zien we een fazant en een vuurhagedis van wel 20 cm, zwart met gele vlammen. Hij zit als bevroren midden op het pad en gaat niet weg! Alle tijd voor een foto dus. Jammer dat er geen zonnetje is voor de foto's van de omgeving, maar het zicht is wel goed. In Floirac is de bakker op vakantie, geen mogelijkheid om het oude brood in het lunchpakket te vervangen voor vers. Nu zien we ook we ook waarom hier geen winkeltjes zijn, de slager en de kaasboer komen aan de deur. Precies op het goede moment komen wij voorbij om het lunchpakket wat aan te vullen met paté, blauwe kaas, hartige taartjes en harde worst.

Tegen één uur bereiken we een echt mooi uitzichtpunt. Het is een extra stukje lopen, maar zeker de moeite waard. Het miezert dan wel al een uur, maar regenen doet het niet echt. Daarna is het 2 uurtjes lopen naar Carennac. Het is een bijzonder pittoresk dorpje, erg fotogeniek, maar geen zon. We lopen ook nog verkeerd, weer één kilometer extra. Het hotel ziet er leuk en knus uit, daar slapen we echter niet! We slapen in moderne schoenendozen. Erg steriel van binnen, met een airco, net nu we die niet nodig hebben. De douche is prima, het zwembad laten we voor wat het is.

Na de opfrisbeurt lopen we het dorpje in. Erg leuk, maar het miezert weer, dus weer geen foto's. Bij de enige grutter die we vinden kopen we frisdrank voor morgen. Zijn assortiment is erg beperkt, cola, bitter lemon en sinas. Je zult hier wonen! We gaan wat drinken in het knusse gedeelte van het hotel, want we voelen onze voeten. Het waren weer 22.468 stappen, 18 km. Dit is nog zonder het uitzichtpunt en het verkeerd lopen. Hier zitten in de bar meer vliegen dan in een paardenstal. Het ergste is, ze lusten ook bier. Nog een reden om hier niet te willen wonen. Dan maar terug naar de kamer, voor wat chips, onze kamer is tenminste een no fly zone.

Buiten is het weer gaan miezeren. Om acht uur gaan we aan tafel, we mogen kiezen. Nou een foie gras salade, koteletten, kaas en appeltaart met ijs na. De gangen werden wel in record tempo opgediend. Omdat het na het eten nog steeds miezert komt er niets meer van een wandeling. Vroeg naar bed dan maar, want iets anders is hier niet te beleven.

5e dag, Carennac naar Loubressac
Om even voor acht worden we wakker. De rolluiken houden het goed donker en ontnemen je het besef van tijd. Het is bewolkt, maar met de nodige helder blauwe plekken, waar de zon af en toe doorheen komt. Eerst maar even ontbijten. Een buffet, met zowaar smeerkaas en ham. Prima dus, helemaal voor Franse begrippen. Het zonnetje houdt vol, dus snel het dorpje in om foto's te maken. Het dorpje is echt een aanrader om te bekijken. Terug naar het hotel, sleutel inleveren, afrekenen en lunchpakket halen.

We gaan om kwart voor tien lopen, direct maar weer omhoog. De benen hebben nog niet veel zin. Net op 230 meter en we gaan weer stijl naar beneden. Net beneden gekomen en we gaan alweer steil omhoog. Tegenliggers knikken bemoedigend als ze ons zien zweten, ja hun gaan naar beneden. De beloning is goed, een ruïne op een prachtig uitzichtpunt (300m). Kilometers ver kijk je weg op de dorpen langs de Dordogne. Kleine dorpen tussen een variatie aan akkers. Groene linten van bomen langs de rivier en sommige akkers. Erg mooi!

We beginnen alvast aan het lunchpakket, dat erg goed verzorgd is. Na een lange pauze gaan we maar weer, nog een negen kilometer te gaan. Onder de indruk van het uitzicht lopen we pardoes verkeerd. Pas 200 meter lager merken we het. We moeten weer terug omhoog. We waren net opgedroogd, maar bovengekomen komt het zweet weer aardig opgang. Enfin, de spieren zijn weer warm, we kunnen weer verder met de echte route. Door af en toe en wolkje voor de zon blijft de temp tussen de 24° en 27°. Prima wandelweer.

We lopen naar de grotten van Gouffre de Padirac. Een enorm gat dat doet denken aan Isengard uit de film Lord Of The Rings. Voor acht euro per persoon staan we binnen. Dan pas zeggen ze dat je niet mag fotograferen! We dalen af in het enorme gat. We lopen een stuk en komen bij een rij wachtende mensen. Hier moet je in bootjes stappen, maar we moeten een half uur wachten. Dan varen we door een gangenstelsel van drie meter breed en tien meter hoog. We komen uit in een enorme hal met enorme stalactieten. Ook dit doet weer denken aan de film Lord Of The Rings. Op de terugweg ga je hier op de foto, je wordt letterlijk in de boot genomen. De bootjes hebben 500 meter gevaren en nu moeten we weer 400 meter lopen.

De bootjes blijven wachten. Dan komt het mooie gedeelte, met natuurlijke stuwdammen, hallen van 95 meter hoog en heel grote stalactieten. De plafonds van de grotten zijn soms maar negen meter dik. De gidsen spreken uitsluitend Frans en zijn te beroerd ook maar iets te vertalen, slechte service. Wel hun hand ophouden als ze klaar zijn, maar wie niets extra doet, krijgt ook niets extra. Zouden ze het begrijpen?

We gaan weer naar boven. Nog een kleine vijf kilometer naar ons hotel. Het is kwart over vier en onze lunch is nog niet op. Er is een parkje met picknicktafels. We eten daar eerst wat, dan gaan we verder. Om halfzes, na 20.385 stappen of 16.3 km zijn we in Loubressac. Een prachtig vestingstadje. We gaan meteen foto's maken, want het is nu nog mooi weer. Er is zowaar een supermarkt, die frisdrank heeft, maar ook spullen voor een lunchpakket morgen. We krijgen namelijk geen lunchpakket morgen.

We logeren niet in het hotel in het dorp maar net daar buiten. Met drie sterren, een zwembad en een onbeschrijfelijk mooi uitzicht over het dal van de Dordogne. Midden in het dal staat op een heuvel een groot kasteel, helemaal rechts kijken we op Loubressac. Niet alleen de kamer heeft dit uitzicht, maar ook het zwembad en het terras waarop we dineren. Het menu dat we kiezen is een carpaccio van tomaat, lamslever, kaas en tarte de cerise. Alles is zo goed, dat we hier een extra overnachting boeken voor a.s. vrijdag. Op het terras is het inmiddels 18°, tijd voor een wandeling naar het dorpje voor het slapen. Het dorp is uitgestorven, we gaan naar bed, het is tien uur geweest.

6e dag, Loubressac naar St. Céré
Het ontbijt is wederom op het terras met het prachtige uitzicht. Het buffet is het meest uitgebreid van alle hotels, we hebben dus het goede hotel geboekt. Vannacht koelde het lekker af, waardoor nu in het dal nog wat nevel hangt. De lucht is echter strak blauw, geen wolkje te zien. We gaan vroeg op pad, nu het nog koel is. De voorspelling is 30° voor vandaag.

Vlak voor we weggaan, krijgen we alsnog een lunchpakket, nu hoeven we niet naar de supermarkt. Om negen uur gaan we op pad. Al na een goed uur lopen zijn we bij een uitzichtpunt. De aangekondigde waterval is drie keer niets, maar het uitzicht op Autoire is erg mooi vanaf 390 meter. Via een erg steile afdaling lopen we daarheen (195 meter) en drinken er een kopje koffie. Duur en ongezellig terras, op een bankje in het dorp eten we een broodje voor we verder gaan.

Direct weer omhoog naar 355 meter. We zien verschillende kasteeltjes, meestal particulier bezit. De temperatuur varieert rond de 28°. Bij deze temp smaakt de meloen uit het lunchpakket prima. Het is hier duidelijk meer toeristisch, er staan zelfs regelmatig banken waar we dankbaar gebruik van maken. Even na vier uur zijn we na vijftien kilometer (19.061 stappen) in Saint Céré, dit was onze laatste wandeling van de week. Morgen weer lekker lui met de auto!

Saint Céré is echt een stadje met ons hotel in het centrum. Het is een strak gebouw dat lijkt op een appartementencomplex. Ze hebben ook een zwembadje en dat is heerlijk om even af te koelen. Daarna lekker douchen, voor we het centrum in lopen voor een paar boodschapjes. Even zappen voor het weerbericht, maar dat is er vanavond niet!? Tegen acht uur gaan we eten in de tuin naast het zwembad. Een grote boom geeft schaduw aan een twintigtal tafels. Helaas ligt het terras naast een drukke straat, dat is weer even wennen na die landelijke dorpjes met hun rust. Koud plakje moussaka, rollade, kaasje en een dessert met fruit. Prima diner, met een flesje koude witte wijn en 24° buiten.

7e dag, St. Céré via Souillac naar Rocamadour
Vanochtend tien voor zeven wakker geworden door verkeer. Niet erg, want we moeten vroeg weg. Om acht uur komt de taxi naar Souillac, de zussen moeten de trein van negen uur halen. Het ontbijt is goed, ook een buffet met o.a. kaas en worst.

De taxi is op tijd en we zijn op tijd bij het station van Souillac. Wij worden bij het Grand Hotel afgezet, waar onze auto staat. We rijden eerst naar 'tableau de orientation'. We waren hier de eerste dag, maar er was geen zon voor een mooie foto. Het uitzicht is nu erg mooi en met de auto ben je er zo! Nu gaan we naar Rocamadour. We rijden eerst even rond ter oriëntatie en vinden zo een schaduwrijke parkeerplaats boven bij het kasteel. Hier gaat een pad naar beneden, naar de abdij en het totaal honderd meter lager gelegen stadje. Erg leuk, dus erg toeristisch, hoewel de drukte nog best meevalt. De abdij is het voormalige paleis van de bisschoppen van Tulle en telt zeven kleine kerkjes. Het is weer prachtig weer, geen wolkje aan de lucht. We lopen naar beneden. Het ene souvenirwinkeltje na het andere in de huisjes uit de 14/15de eeuw.

Beneden in het stadje heb je eigenlijk maar één lange straat tussen twee van de vier stadspoorten, met aan beide kanten winkeltjes. Eén verkoopt likeuren, gearomatiseerde olijfolie (truffel, walnoot, hazelnoot) en gearomatiseerde azijn. Een vlotte Engelse tante staat achter de balie, we mogen van alles proeven en ruiken. Handig als er eindelijk iemand Engels praat zodat men je verstaat! We kopen een paar flesjes voor onszelf en als souveniertje.

Tegen twaalven gaan we lunchen boven op de parkeerplaats bij het kasteel. We rijden nog even terug naar Gluges voor een foto en nog even naar Carrennac. Nog even rondlopen en naar de mooie huisjes kijken. Tegen drieën is het echt warm, meer dan 30°. We gaan terug naar ons luxe hotel in Loubressac. We krijgen een ruime koele kamer, uiteraard met uitzicht. Al snel liggen we op riante stoelen bij het koele zwembad te genieten van het panorama. Lekker koud flesje witte wijn en kijken naar een rode gauw die onder ons, boven het dal, speurt naar een prooi. Wij relaxen en hopen dat ons eten voor vanavond al gevangen is. Ook zwaluwen zijn druk in de weer, nou vliegen genoeg om te vangen. Meer dan je kunt doodslaan, ook al doe je er vier per keer (nieuw persoonlijk record). Tegen vijf uur wordt het drukker in het hotel. We gaan douchen en bestuderen de route van de terugreis.

Om acht uur diner, zalm met linzen, varkensmignon, kaas en mint ijs. Een wijze les, hoe later je gaat eten, hoe kleiner de keuze, want op is op. Dan moet je gewoon genoegen nemen met de toetjes die er nog zijn. We lopen nog even naar Loubressac. Vanaf een afstand lijken sommige gebouwen mooi verlicht, maar dichterbij valt het tegen. Op tijd naar bed, want morgen begint de terugreis.

8e dag, Rocamadour - Apeldoorn
Als we om acht uur aan de ontbijttafel gaan zitten, zit bijna alle bagage al in de auto. We kunnen zo weg. Er zijn meer toeristen die zo vroeg al gaan ontbijten. Op het mooie terras genieten we voor de laatste keer van het bijzonder mooie uitzicht. Via een veelvoud van D-wegen proberen we naar de snelweg A20 te komen die ons naar Parijs moet leiden. Niet alles gaat volgens plan, een brug die we moeten hebben is wegens reparatie gesloten en we rijden om. Zo zien we nog een keer alle dorpjes die we afgelopen week wandelend bezocht hebben. Lopende hebben we nog een beste afstand afgelegd!

Tegen negen uur rijden we de A20 op, na een kort misverstand met een tolautomaat. Hier moet je ineens 50 eurocent vooruit betalen. Het zal er wel duidelijk opstaan in het Frans, maar als buitenlander sta je mooi te kijken wat nu precies de bedoeling is. Het is 24° buiten, een goede temperatuur om het met de airco koel te houden in de auto. Meerdere stukken van de snelweg zijn in één richting afgesloten voor onderhoud. Al het verkeer moet over één rijbaan heen en één rijbaan terug. Als die maar klaar zijn als straks het massale toeristenverkeer hierover naar het Zuiden wil.

Veerle is blijkbaar al uitgekeken op Frankrijk, want die slaapt tot half twaalf als we Parijs naderen. Dan is het goed oppassen geblazen, want hier zijn veel snelwegen en de meeste moet je niet hebben. Het is drukker dan we hadden verwacht, er staan files en we komen stil te staan. Het is inmiddels 26°, maar in de auto 21. Langzaam rijden we om Parijs heen, bij elke nieuwe snelweg een nieuwe file van invoegend verkeer. Het schijnt normaal te zijn hier. Absoluut abnormaal zijn hier de motorrijders die met de grootste capriolen, zigzaggend met grote snelheid tussen de auto doorracen. Sommige in korte broek en T-shirt, zij hebben waarschijnlijk het asfalt nog nooit gevoeld bij een buiklanding met meer dan honderd kilometer per uur.

Voorbij Parijs is alles weer redelijk rustig. Meer Nederlanders zijn op de terugweg. Tanken in België blijft aantrekkelijk vanwege de prijs. De ringweg rond Antwerpen is ook klaar en er staan zowaar duidelijk verkeersborden die de richting aangeven. Na tien uur zijn we thuis. Even de sleutel halen bij de buren. We ontkomen er niet aan, even vertellen hoe het geweest is. Nou de eerste dag hadden we … …

Copyright © 2014 Tekst: Martin & Veerle Laatste wijziging: 27 juli 2014